Het leven is een spel. In het spel heb je een missie (‘opdrachtkaartje met de hoofdervaring die je kunt opdoen’) en een basisuitrusting (waar en waarmee je wordt geboren).

Je kunt daar ook van rollen spreken, vgl. Michael-system, Eneagram.

Het doel van het spel (de ‘zin van het leven’) is creëren en het gecreëerde ervaren (o.a. ervan genieten en leren, inzicht in het spel en in jezelf verwerven).

Creëren is een verandering teweegbrengen in het spel (inclusief omvormen en verplaatsen). Dat kan een pion op drie manieren:

1) Doen (ambachtelijk), je creëert zelf – daar heb je lijf en leden voor. Hulpmiddelen zijn gereedschap, grondstoffen …

2) Interactie (=communiceren en ruilen), je creëert met anderen of laat het doen – daar heb je je mond en lichaamstaal e.d. voor. Hulpmiddelen zijn papier, drukpers, geld, computer, telefoon, internet…

3) Denken, je laat het universum voor je creëren – daar heb je je hersenen, de geest voor.

Tegenover de inspanning van het creëren moeten perioden zijn van bijtanken,4) re-creëren. Hieronder vallen doepauzes (eten, slapen, sporten, dansen), communicatiepauzes (luisteren, zingen) en denkpauzes (mediteren, mindfulness etc.)

Vaardige deelnemers aan het spel zijn goed in het 5) verwerken. O.a. waarnemen van wat door henzelf en anderen is gecreëerd – daar heb je je zintuigen voor gekregen. En ook: ervan (h)erkennen, genieten, ervan leren. Wie kennis over het spel en de deelnemers vergaart en wie spelvaardigheden aanleert wordt steeds beter in het spel.

Vaardige spelers 6) zijn zich bewust van hoe het spel functioneert en van hun rol in het spel, het gevoel en andere gevolgen van hun creërende acties. Hier is de verbinding tussen pion- en spelersdeel – de ziel. Zij raken geïnspireerd tot nieuwe verlangens die tot nieuwe creaties kunnen leiden. Zij herkennen ook welke verlangens bij hun missie en hun set aan talenten, vaardigheden, ervaring, omstandigheden e.d. passen.

Alles wat gecreëerd is vervalt onherroepelijk vroeg of laat tot stof en vrije energie in het spel. Het kan nuttig zijn om dat proces te vertragen, het gecreëerde te 7) beheren (onderhouden, bewaken, repareren, sparen), zeker als het om hulpmiddelen voor creatie gaat.

Het verwerven en beheren van deze creatiemiddelen en creatiecapaciteit zijn randvoorwaarden voor je creërende vermogen in het spel.

Naarmate je als pion het vege lijf hebt gered en basale zaken hebt geregeld heb je meer gelegenheid om je bezig te houden met het verwerven van inzicht in jezelf en in de werking van het spel, inclusief de benodigde spelvaardigheden. Zie Maslow.

Beter in het spel = 1) steeds vaker het gewenste op jouw pad krijgen (=verlangen omzetten in een creatie) in plaats van het ongewenste en 2) daardoor zo vaak mogelijk een goed gevoel hebben, vreugde beleven, gelukkig zijn, kortom: prettig spelen.

Je ‘wint’ als je de beoogde ervaring van je missie hebt opgedaan en zo meer zelfinzicht hebt gekregen.

Lukte dit niet, dan is er weer een nieuwe ronde met nieuwe kansen om deze ervaring op te doen en dit inzicht te verwerven.

Randvoorwaarde: Elke creatie draagt bij tot de rijkheid van het geheel. Ook obstakels horen bij het spel. Zonder voortdurende nieuwe uitdagingen en creaties is er geen beweging in het spel, zijn er geen ervaringen. Panta rhei. Het speelveld moet echter wel begaanbaar blijven, anders is er geen spel mogelijk voor de deelnemers. En iedereen moet voldoende vrijheid hebben om te kunnen creëren.

Tijd, dus, om het speelveld, onze aarde, gezonder te maken. En om meer mensen het recht en de vrijheid terug te geven om wat hoger in de Maslow-piramide te kunnen spelen.

Valsspelers moeten worden aangepakt!